Naar inhoud

Rob Cornelissen - 30 jaar sportverzorger

Rob Cornelissen

Sinds 1989 is Rob verbonden aan K. Merksplas SK als sportverzorger. Hij heeft er intussen dus meer dan 30 dienstjaren opzitten.

Rob startte zijn carrière bij het Rode Kruis in 1973. Hij begon onderaan de ladder als nijverheidshelper. Later haalde hij het diploma van ambulancier. Rob bleef zich verder bekwamen en werd sectorleider en nadien plaatselijk hoofd van de hulpdienst. Na een bijzonder moeilijke reddingsoperatie in de Turnhoutse binnenstad, ontving Rob in 1984 de ‘Zilveren Medaille’ voor uitzonderlijke diensten bewezen aan het land.

De combinatie werk/Rode Kruis bleek echter praktisch niet haalbaar en Rob besloot om zich verder te bekwamen in de richting van de sportverzorging. In 1986 haalde hij zijn diploma. In 1989 stopte Leo Bols als verzorger van K. Merksplas SK en moest de club op zoek naar een opvolger.

Rob is op post op dinsdag- en donderdagavond na de training, op zaterdagvoormiddag voor extra verzorging en zondagnamiddag bij de wedstrijd van het eerste elftal. Op jaarbasis moet je dus rekening houden met ongeveer 160 sessies.

Rob is een instituut binnen de club. Hij is een toonbeeld van discipline, orde en netheid, zoals zijn lokalen op de club en op de accomodatie op de kolonie weerspiegelen.


De vaste vragen van onze reporter:

Wat heb je allemaal gedaan om  deze prestatie of dit resultaat te behalen en wat doet dat met je?

Mijn carrière begon in de jaren tachtig toen ik als toeschouwer bij een voetbalwedstrijd van Gierle over de omheining sprong om een bewusteloze speler te reanimeren. Het bestuur vroeg me nadien om sportverzorger te worden. Na 5 jaar – in 1989 - maakte ik de overstap van Gierle naar Merksplas.

Het is een uit de hand gelopen hobby. Ik heb heel wat feesten moeten missen omdat die samenvielen met een wedstrijd van het eerste elftal.

Het blijft vrijwilligerswerk, maar er is behoorlijk wat kennis vereist: masseren, tapen, bandages leggen,… het vraagt toch allemaal wat kennis van de anatomie van het menselijk lichaam.

Ik heb veel vreugde en verdriet gekend de afgelopen dertig jaar. Er zijn twee incidenten die me altijd bijblijven: ooit liep een speler een open beenbreuk op en een andere keer slikte iemand zijn tong in. Hij kon geen adem meer halen, maar ik bleef kalm en heb hem kunnen redden.

Waar zie je je binnen 10 jaar?

Binnen 10 jaar ben ik 80. Ik hoop ook dan nog iets te kunnen betekenen voor de club. Alles zal afhangen van de gezondheid. Hopelijk zal het zijn zoals het spreekwoord zegt: “Oud, maar nog lang niet versleten.”

In hoeverre was sport of cultuur in coronatijd een gemis of net een houvast?

Het toedienen van de sportverzorgingen was absoluut een gemis. In plaats daarvan, kwamen er plots heel andere en onbekende taken op ons af: Het opstellen van corona-richtlijnen voor onze eigen sporters, trainers en ouders, de zoektocht naar voldoende beschermingsmaterialen, het opvolgen van de richtlijnen van hogerhand en deze steeds weer vertalen naar de eigen clubsituatie, het opstellen van specifieke richtlijnen voor in ‘mijn’ het EHBO-lokaal,...

Wil je nog graag een boodschap overbrengen of iemand bedanken die bijdroeg aan je titel?

Ik wil graag mijn vrouw bedanken, dat ze me zo lang de kans gegeven heeft als verzorger te werken.

Graag wil ik ook het bestuur van K. Merksplas SK bedanken om me voor te dragen. Het is een groot teken van waardering.